Theater (4)

Die time-out jaren in het theater waren een gouden greep. Niet alleen dat het werk verschrikkelijk leuk en leerzaam was, het gaf me ook de ruimte en energie om op zoek te gaan naar hoe ik mijn studie weer leuk kon maken. Ik schreef al dat het afbreken van mijn studie geen optie was. Maar er waren wel mogelijkheden was die studie om te buigen. Ik ging dus op zoek naar geschikte kopvakstudies. Dat werd uiteindelijk fonetiek, een vak dat zich bezig hield met gesproken taal. Dat klinkt heel praktisch en dat was het ook. Toen ik met fonetiek begon waren ze daar net begonnen met het gebruiken van computers bij wetenschappelijk onderzoek. Wat dan ook meteen verklaart hoe ik in de automatisering terecht ben gekomen. Maar tijdens die zoektocht heb ik ook nog andere vakken bekeken en bestond mijn studie uiteindelijk ook uit bijvakken als electronische muziek, taal en spraakpathoilogie en parapsychologie. Om maar wat te noemen. Wat een rijkdom aan dingen waarover je van alles kon leren! Ik kon er maar geen genoeg van krijgen.

Theater (3)

De cultuurnerd (die toen nog niet wist dat hij dat was) ging dus studeren. Nederlands, want hij vond lezen zo leuk, èn theater (dat wist hij inmiddels wel al). Na zijn afstuderen zou hij ergens een leuke baan vinden als leraar Nederlands en dan met zijn leerlingen heel veel lezen en heel veel van theater genieten. Wist hij veel dat lezen leuk vinden niet de allerbeste motivatie was voor een studie Nederlands. De studie was oneindig veel theoretischer dan hem lief was dus na twee jaar raakte hij in een diepe motivatiecrisis.

Theater (2)

Op de middelbare school zat ik in veel buitenschoolse activiteiten, voor zover dat maar niet met sport te maken had: schoolkrant, leerlingenparlement, filmcommissie en een cabaretgroepje met de naam ‘Pink Cabaret’ (omdat we eigenlijk maar één keer per jaar optraden, met Pinksteren). Mijn creatieve rol in dat groepje was beperkt hoor: een enkel liedje, drie akkoorden op gitaar, en vooral techniek. Want dat vond ik eigenlijk nog wel het leukste: met simpele middelen toch iets met licht en geluid maken. Mijn baan als suppoost in de Schouwburg gaf me toegang tot heel heel nieuwe kennis op dat gebied. Hoe vaak ik in die tijd niet gedacht heb ‘oooooh, dus zo doe je dat?’. Tegen ons eindexamenjaar begon bij mij dan ook een nieuwe wild plan op te borrelen: onze laatste voorstelling zouden we in een ècht theater doen.

Theater (1)

Ik ben eigenlijk met theater in aanraking gekomen omdat ik als puber een brommer wilde. Daarvoor had je geld nodig en mijn ouders vonden dat ik in ieder geval een deel daarvan zelf moest verdienen. Waar ze natuurlijk helemaal gelijk in hadden. Het eerste baantje dat ik vond was krantenbezorger: iedere ochtend vanaf vijf uur 250 kranten bezorgen in en om het dorp waar ik woonde. Verdiende verschrikkelijk goed, alleen werd me al snel duidelijk dat een baan als deze niet echt geschikt was van mijn tere pubergestel. Dus maar weer terug naar de rubrieksadvertenties. Hm… De Stadsschouwburg in Sittard zocht suppoosten. Eigenlijk mar een half uurtje werken per dag, en in het geheel niet lichamelijk inspannend! Het mooiste was nog dat de werktijden aansloten bij het dagritme van een puber. Ik met mijn nette zwarte corduroy pak op gesprek en ja hoor, ik kreeg de baan. En vanaf dat moment twee jaar lang twee tot drie avonden in het theater. En dat op vijf-atheneum.

Impressie PICNIC 2010

De Zee

Nu ik bezig ben een digitaliseerstraatje op te zetten voor mijn oude video’s, muziekcassettes en grammofoonplaten moet ik regelmatig denken aan de eerste grammofoonplaten die ik in mijn leven tegenkwam. Waarom ik de oubollige term ‘grammofoonplaten’ gebruik? Omdat het om de 78-toerenplaten ging. Mijn ouders hadden toen namelijk alleen een stapeltje oude, grote, en keiharde schellakplaten (die op dat moment niet eens meer gemaakt werden). Waarvan ik er nog een paar kapot heb gegooid ook nog. Een van de platen die mij het best bij is gebleven was er een uit 1948 van Bob Scholte, een zanger met een karakteristiek licht nasaal stemgeluid. We hadden er één plaat van. Op de A-kant stond ‘De Drie Klokken’, oorspronkelijk van Edith Piaf. Maar de B-kant vond ik veel mooier: De Zee…
[youtube]https://youtu.be/4shdsDmDhQQ[/youtube]

Iedere maf rijdt in een Daf


1974_Daf_33
Mijn vader kocht zijn eerste auto in 1972. Het zou en moest een DAF 33 zijn, daar was hij al heel lang over uit. Hij had er jaren voor gespaard. Ik zie nog de vijf briefjes van duizend gulden in zijn hand toen hij zij Daf 33 in de kleur Mostana kocht. Het Dafje op de foto is niet dat van mijn vader, maar het heeft wel dezelfde kleur. Hij heeft zich er nooit iets van aangetrokken dat mensen het geen volwaardige auto vonden. Ik ook niet, want een DAF was altijd nog beter dan geen auto. Hij en ik hebben ‘onze’ Dafjes ook zelf onderhouden, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Het was technisch zo’n heerlijk eenvoudige auto dat we zelfs onze hand niet hoefden omdraaien voor het compleet vervangen van een motor. Hij is in Dafjes en later in Volvo’s blijven rijden, maar toen de beroemde DAF Variomatic aandrijving van de weg verdween is mijn vader ook maar gestopt met autorijden. Ik was toen al overgestapt op echte auto’s. En zelf onderhouden heb ik daarna nooit meer gedaan.

Open Bak

Tussen 1975 en 2012 was de wekelijkse ‘Open Bak’ in het kleinste Nes-theater De Engelenbak een fenomeen waar je niet om heen kon. De Open Bak was een proefpodium voor iedereen die wat theatreaals uit te proberen had, zowel professionals als amateurs. Geen voorverkoop, wat iedere dinsdagavond weer een lange rij een in de Nes opleverde, want de belangstelling was enorm.  Tot december 2012, want in het nieuwe kunstenplan van de gemeente Amsterdam was geen plaats meer voor de Engelenbak. Na de laatste Open Bak op 18 december 2013 werd het werd stil.

4 mei 2013

4-5-meiIk ben geboren in een tijd dat Nederland volop met de wederopbouw bezig was. Ik heb ook verder nooit iets meegemaakt dat in de verste verte op een oorlog lijkt. Maar hoe ouder ik wordt hoe fanatieker ik niet wil vergeten wat er in en om de tweede wereldoorlog gebeurd is. Zoiets mag nooit meer gebeuren. Mensen moeten leren van hun verleden. Mooi gezegd, terwijl ook nu nog mensen worden vermoord omwille van een of ander vaag Groot Gelijk waaraan mensen het recht ontlenen om de meest gruwelijke dingen te doen.

Vandaag is er in Amsterdam veel te doen rondom de herdenking. Vanavond zal ook de Dam weer volstromen. Maar kleinschaligheid maakt toch nog het meeste indruk. Het Joods Cultureel Kwartier en het Amsterdams 4 en 5 mei Comité organiseren vandaag kleinschalige herdenkingen in Amsterdamse huizen waaruit de joodse bewoners tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd.  Mensen vertellen er hun verhaal over vervolging, oorlog, verzet én bevrijding. Op de website van de Open Joodse Huizen 4 en 5 mei 2013 vind je meer informatie.

Ilay den Boer : De Laatste Dans

 van de vorige bewoners

In 2009 maakte theatermaker Ilay Den Boer zijn eerste voorstelling. Het zou de eerste worden in een serie van zes onder de gezamenlijke titel ‘Het beloofde feest’. Met zijn derde voorstelling uit de reeks (Dit is mijn vader) won hij in 2011 de BNG Jonge Theatermakersprijs en met het prijzengeld maakt hij nu zijn Beloofde Feest af.  En een feest is het. We zijn te gast op de bruiloft van Ilay en Bien. Het moet een Joodse bruiloft worden en zijn niet-Joodse vrienden hebben hun uiterste best gedaan om het feest van alle onmisbare rituelen te voorzien. Wij, het publiek, zijn ook gewoon gasten. Vertegenwoordigers van de Israëlische vredesbeweging, vrienden, familie, collega’s. Er wordt gelachen, gedronken, gedanst en gespeeched.

De voorstelling laat niet alleen een uitbundig feest zien. Het brengt ook tegenstellingen boven water. Iedere feestganger heeft niet alleen een andere relatie met het Ilay en Bien maar ook een andere relatie met en een visie op Israël, op de mensen die er wonen, op de mensen in de rest van de wereld. We willen er wel samen een echt feest van maken, maar we kunnen het niet eens worden over hoe we dat moeten bereiken. Het resultaat is een voorstelling die je uit je comfort-zone haalt, maar ook een voorstelling die je raakt. Als toeschouwer en feestganger ga je zonder antwoorden en oplossingen naar huis, maar je hebt wel een geweldige avond gehad. Een absolute aanrader.

Gezien op 25 april 2013 in Theater aan het Spui (Den Haag)

Deze voorstelling is nog tot eind mei 2013 te zien in de Nederlandse Theaters. Zie de speellijst voor data.

« vorige

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten